In datzelfde jaar, 1881, werd de eerste Nederlandse telefoongids uitgegeven in Amsterdam. Met slechts 185 nummers van één, twee of drie cijfers, is een vergelijking met de huidige telefoongidsen niet op zijn plaats. Toch groeiden de gidsen snel in omvang. In 1884 kwam een landelijke gids uit, met nummers in Amsterdam, Den Haag, Arnhem, Groningen en Utrecht. Mensen konden echter alleen binnen hun eigen stad bellen.

In Amsterdam groeide het aantal abonnees het snelst. In 1915 moest de hoofdstad al overgaan op telefoonnummers van vijf cijfers. De uitbreiding van het aantal nummers is door de jaren heen gestaag doorgegaan. Inmiddels tellen de gewone telefoonnummers tien cijfers, terwijl servicenummers 8 of 11-cijferig zijn.

Netnummers pas vanaf 1930

Rond die tijd had elke stad nog steeds een eigen telefoonnetwerk en werden telefoonkabels van de abonnees naar de telefooncentrale gespannen. Dit leidde tot klachten van omwonenden; de telefoonpalen en kabels zouden de uitzichten verpesten en tot horizonvervuiling leiden. Uiteindelijk gingen de lijnen in alle steden ondergronds. In 1930 kwamen er netnummers, waarmee het mogelijk werd om naar abonnees in andere steden te bellen.

Pas in 1962 werden telefonistes overbodig, omdat het hele telefoonnet werd geautomatiseerd. Het werd steeds gewoner om een telefoon te hebben. Doordat het toestel massaal werd omarmd, verhuisde het van de gang naar de woonkamer. Netnummers hadden nog vijf cijfers, maar de abonneenummers konden van lengte variëren.

Informatie- of servicenummers

Servicenummers werden in de begintijd nog informatienummers genoemd. Toen er nog maar weinig van deze nummers waren, bezaten deze een korte cijfercode. Zo kon men 002 bellen voor de exacte tijd, 003 voor het weerbericht en 007 om de storingsdienst te spreken. Steeds meer bedrijven openden informatielijnen, waarvoor de netnummers 0800 en 0900 werden vrijgemaakt. Het 0800-nummer is gratis voor de beller, terwijl de nummereigenaar het tarief van zijn 0900-nummer bepaalt.

Relatief nieuw is de mogelijkheid tot naambellen. In navolging van de VS, waar deze al gangbaar waren, introduceerde de OPTA aan het einde van de negentiger jaren de naamnummers. Dit zijn gewone servicenummers, maar dankzij een uitgekiende combinatie van nummertoetsen, kan de klant er in gedachten een woord mee spellen. Een voorbeeld van zo’n naamnummer is 0800-BELFABRIEK. Klik hier voor meer informatie over naambellen.

Tiencijferige nummers

In 1995 vond de laatste grote verandering plaats. Tijdens de zogeheten ‘Operatie Decibel’ werden alle normale telefoonnummes tiencijferig. De vier- en vijfcijferige netnummers verdwenen en elke abonneenummer werd voortaan voorafgegaan door een driecijferig netnummer. Servicenummers kunnen nog wel acht cijfers tellen, alhoewel het merendeel elf cijfers heeft.

07/03/2013 in :